Noun | Related Translations | Other Translations |
assistant
|
arbeider; arbeidskracht; klerk; medewerker; personeelslid; werkkracht; werknemer
|
assistent; getuige; handlanger; helper; hulp; hulpleraar; hulponderwijzer; omstander; secondant; tijdelijke leerkracht; toeschouwer; trawant
|
assistant de bureau
|
kantoorbediende; klerk
|
|
clerc
|
arbeider; arbeidskracht; kantoorbediende; klerk; medewerker; personeelslid; werkkracht; werknemer
|
assistent; helper; hulp; kantoorbediende; pennenlikker; secondant
|
commis
|
kantoorbediende; klerk
|
assistent; benoemde; helper; hulp; secondant
|
employé
|
arbeider; arbeidskracht; klerk; medewerker; personeelslid; werkkracht; werknemer
|
ambtenaar; arbeider; arbeidskracht; beambte; employé; geëmployeerde; pennenlikker; werker; werkkracht; werkman; werknemer
|
employé de bureau
|
kantoorbediende; klerk
|
kantoorbediende; kantoorpersoneel
|
membre du personnel
|
arbeider; arbeidskracht; klerk; medewerker; personeelslid; werkkracht; werknemer
|
assistent; helper; hulp; secondant
|
salarié
|
arbeider; arbeidskracht; klerk; medewerker; personeelslid; werkkracht; werknemer
|
arbeider; arbeidskracht; employé; loonarbeider; loontrekker; werker; werkkracht; werkman; werknemer; werknemer in loondienst
|
secrétaire
|
kantoorbediende; klerk
|
secretaresse; secretaris
|
Modifier | Related Translations | Other Translations |
salarié
|
|
bezoldigd; loontrekkend
|